BUURMEISJE

De buren in het portiek waar wij woonden toen ik een jaar of zes, zeven was heetten B. Een doodnormaal gezin van vader, moeder, twee zoons en een dochter, L. Ik gebruik initialen omdat ik weet dat de dochter (en daar gaat het hier om) nog leeft en ik haar niet in verlegenheid wil brengen.

Die dochter, L. dus, kwam, ik weet niet waarom en al helemaal niet hoe dat ooit is ontstaan – ze was tenslotte minstens zeven jaar ouder dan ik – regelmatig bij en met me spelen. Zal er mee te maken hebben gehad dat ik niet zo vaak buiten kwam: ik was een echte huismus. En ik mocht regelmatig bij haar spelen. Niet alleen bij haar thuis, ook op de zolder van de meubelzaak die haar vader dreef in ’s-Gravenzande. Ik mocht ook wel mee wandelen met haar en haar vriendinnen, waarbij ik leerde naar muziek te luisteren op de hele kleine transistorradiootjes uit die dagen.

Voor dat spelen had ze trouwens wel een prijs: ‘eerst wrijven,’ zei ze dan. Dan ging ze, zoveel mogelijk uit het zicht van wie dan ook, op haar hurken zitten en ik moest dan van achteren in wat ik dacht dat haar bilnaad was en in het verlengde daarvan naar haar voorkant toe, wrijvende bewegingen voor- en achteruit maken. ‘Iets naar links, een beetje meer naar voren,’ gaf ze aanwijzingen. Ik gehoorzaamde, ik wilde immers lekker spelen en dat dit dan eerst moest, vooruit dan maar. Ik wreef met een vlakke, verticaal gehouden hand, waarvan de ‘operative part’ mijn wijsvinger en duim waren. Na verloop van tijd (voor mij duurde het een eeuwigheid, nu weet ik dat dat best meeviel) vond ze het blijkbaar genoeg en gingen we echt spelen.

Dat spelen was, als we bij haar thuis of op de zolder in ’s-Gravenzande waren, vaak eerst ‘dokter en patiënt’, veelal op haar aandringen. Dat hield in dat zij op haar rug ging liggen, bloesje open (ze droeg geen bh), zogenaamd in slaap viel en ik de vrije hand kreeg om haar te ‘onderzoeken’. Letterlijk de vrije hand. Overal. Ook daar waar ik net gewreven had. Ze had, herinner ik me, nog geen volledig ontwikkelde borsten maar wel al een begin van schaamhaar. Al had ik daar geen flauwe notie van, vond het gewoon heel erg interessant en ook wel een beetje spannend: doordat L. er altijd een punt van maakte dat niet gezien mocht worden wat we deden had ik wel een idee dat wat we deden niet mocht.

Maar goed, ik tastte, voelde en kneedde overal, gewoon omdat ze het toeliet, omdat het van haar mocht. Daarbij kwam ik ook wel een glibberig aanvoelende nattigheid tegen, ‘daar beneden’, net even voorbij het haar. Bij dat natte glibberige lag voor mij een beetje de grens, dat vond ik niet prettig, bijna vies. Al had ik, nogmaals, geen flauwe notie van wat het allemaal was. Ik raakte haar ‘daar’ dan ook nauwelijks aan. Na verloop van tijd vond ze het dan genoeg, werd ze ‘wakker’ en gingen we andere, (nu weet ik: normale) dingen doen.

Ik besefte pas later (geen idee precies wanneer, maar het was best laat: ik liep al tegen de twintig) wat ze van me gewild had en nog gedaan gekregen had ook: dat ik haar op haar aanwijzing, maar wel op mijn manier tot een orgasme masturbeerde en (zeker als we bij haar waren) haar ‘afterglow’ tot een feest maakte door een soort van naspel te spelen. Kennelijk was de idee dat ze bij dat alles betrapt kon worden een extra ‘kick’ voor haar.

Was het omdat we gingen verhuizen, omdat L. door haar ouders (of de mijne) alsnog ontdekt was of gewoon omdat zij volwassener werd? Geen idee, maar feit is dat het op enig moment niet meer gebeurde. Feit is ook dat mijn eigen seksualiteit en seksuele interesse daardoor (te vroeg?) ontwaakten. En dat ik achteraf (getriggered door de beschuldigingen aan het adres van de Katholieke kerk) doorhad dat ze me, hoewel niet actief (Of heb ik dat verdrongen? Geen idee, eigenlijk), voor haar doeleinden seksueel misbruikte.

Ik kan er geen #Metoo meer om gillen, de feiten zijn ongetwijfeld verjaard, want minstens vijftig jaar geleden. Maar het is goed de herinnering op te schrijven. Het is immers een stukje oplossing van de puzzel ‘hoe ben ik geworden wie ik ben?’