3. aug, 2018

Julianaschool, Julianastraat (later Luxemburgstraat). Derde klas. Onder Juffrouw van der Waal, getuige de klassenfoto toen al een bijna bejaarde dame. Juf had een probate manier om haar klas aardrijkskunde bij te brengen. De ‘blinde kaart’ van Nederland werd voor het bord gehangen en juf deed een spelletje. Zij begon, wees een plaats aan. Wie zijn vinger het eerst opstak en ook nog het goede antwoord gaf mocht dan voor de klas komen en de plaats, rivier, provincie, landstreek (whatever) aanwijzen die de klasgenootjes om beurten riepen. Als de ‘aanwijzer’ het niet wist, was de ‘roeper’ aan de beurt. Dat kon zo rustig een uur doorgaan: iedereen wilde wel voor de klas laten zien hoe goed hij of zij de kaart van Nederland al kende. Ik had bijna altijd succes met ‘Den Helder’. Omdat die plaats helemaal bovenin de provincie Noord-Holland ligt was de ligging ervan kennelijk vrij snel door de klasgenootjes vergeten. En zo kon het gebeuren dat ik regelmatig voor de klas mocht staan om mijn kunsten met de aanwijsstok te vertonen.

Oók voor de klas, maar dan voor iedereen, geen uitzonderingen, was het wekelijkse ‘psalm-versje’. Dat was letterlijk wat het woord suggereert. De Julianaschool was een Christelijke School en wilde dat ook weten. Iedere leerling van de derde klas moest een door de juf opgegeven ‘psalmversje’ uit het hoofd leren en voor de klas hardop opzeggen. Dat opzeggen gebeurde bij toerbeurt, maar niemand wist wie in een week een ‘beurt’ zou krijgen, zodat iedereen verplicht was het versje te leren. Stel me nu voor dat de ouders het te horen kregen als hun kind het versje niet goed geleerd of opgezegd had. Geen idee wat daarvan de gevolgen waren maar in die tijd (1964/1965) moet het bijna ondragelijk zijn geweest om als ouder van een kind op een Christelijke School te boek te staan als iemand die zijn kind niet Christelijk genoeg opvoedde.
 
Het Christelijke karakter van de school kwam nog op een andere manier tot uiting. De Juliana-school stond aan de ene kant van de Julianastraat. Aan de overkant en aan het andere uiteinde van de straat stond de ‘Openbare’, de gemeentelijke lagere school. De kinderen van de Julianaschool (later trouwens Ds. W.E. den Hertogschool) kregen het absolute verbod om met kinderen van de ‘Openbare’ om te gaan. Het staat me niet bij, maar het zou zomaar zo kunnen zijn dat dat verbod ook gold voor de buitenschoolse uren, want ‘die kinderen bidden niet voor het eten.’ Oh, gruwel! Niet bidden voor het eten! Dat was een geldige reden om kinderen (ik was een jaar of tien) met hel en verdoemenis te dreigen als ze omgang hadden met ‘die heidenen van de Openbare’. Tegen die tijd had ik trouwens al geen vriendjes (meer). En ook geen zin om ze te maken.
 
Schrijven, elementair op een lagere school. Nu zo eenvoudig (ik zit achter een laptop en tik pakweg dertig, veertig woorden per minuut, als het niet meer is), was het in de klas van juffrouw Van der Waal en voor mij als ‘linkspoot’ een regelrechte ramp. Want in die klas, overigens de enige in mijn schoolloopbaan, werd nog met een kroontjespen geschreven, compleet met inktpotjes in de bankjes. Heel erg Jan Ligthart en Ot en Sien.. Ik had daar moeite mee. Wie linkshandig (of onhandig) is komt (schrijven gaat nu eenmaal van links naar rechts) automatisch met de hand over het net beschreven gedeelte heen. En bij een kroontjespen betekent dat: door de nog enigszins natte inkt. Gevolg: vlekken tot en met. Ik heb dat altijd lastig gevonden. Niet alleen vanwege de kliederboel maar ook om wat anders. Wie netjes geschreven had kreeg van de juf een stempel of sticker in het schrijfschrift. En degene die drie stempels of stickers had ‘behaald’ mocht met ‘Oostindische inkt’ (Ecoline) schrijven. En daarvan de kleur zelf kiezen. Niet blauw, maar rood, of groen, of geel. Geweldig. Trots als een pauw kon je dan aan je klasgenootjes laten zien (het werd ook uit den treure in de klas vermeld) met welke kleur de les van die dag geschreven was. Ik heb het zegge en schrijve één enkele keer in het hele jaar gepresteerd om met gele inkt te mogen schrijven...

© Cees Geluk, aug. 2018
2. aug, 2018

De buren in het portiek waar wij woonden toen ik een jaar of zes, zeven was heetten B. Een doodnormaal gezin van vader, moeder, twee zoons en een dochter, L. Ik gebruik initialen omdat ik weet dat de dochter (en daar gaat het hier om) nog leeft en ik haar niet in verlegenheid wil brengen.

Die dochter, L. dus, kwam, ik weet niet waarom en al helemaal niet hoe dat ooit is ontstaan – ze was tenslotte minstens zeven jaar ouder dan ik – regelmatig bij en met me spelen. Zal er mee te maken hebben gehad dat ik niet zo vaak buiten kwam: ik was een echte huismus. En ik mocht regelmatig bij haar spelen. Niet alleen bij haar thuis, ook op de zolder van de meubelzaak die haar vader dreef in ’s-Gravenzande. Ik mocht ook wel mee wandelen met haar en haar vriendinnen, waarbij ik leerde naar muziek te luisteren op de hele kleine transistorradiootjes uit die dagen.

Voor dat spelen had ze trouwens wel een prijs: ‘eerst wrijven,’ zei ze dan. Dan ging ze, zoveel mogelijk uit het zicht van wie dan ook, op haar hurken zitten en ik moest dan van achteren in wat ik dacht dat haar bilnaad was en in het verlengde daarvan naar haar voorkant toe, wrijvende bewegingen voor- en achteruit maken. ‘Iets naar links, een beetje meer naar voren,’ gaf ze aanwijzingen. Ik gehoorzaamde, ik wilde immers lekker spelen en dat dit dan eerst moest, vooruit dan maar. Ik wreef met een vlakke, verticaal gehouden hand, waarvan de ‘operative part’ mijn wijsvinger en duim waren. Na verloop van tijd (voor mij duurde het een eeuwigheid, nu weet ik dat dat best meeviel) vond ze het blijkbaar genoeg en gingen we echt spelen.

Dat spelen was, als we bij haar thuis of op de zolder in ’s-Gravenzande waren, vaak eerst ‘dokter en patiënt’, veelal op haar aandringen. Dat hield in dat zij op haar rug ging liggen, bloesje open (ze droeg geen bh), zogenaamd in slaap viel en ik de vrije hand kreeg om haar te ‘onderzoeken’. Letterlijk de vrije hand. Overal. Ook daar waar ik net gewreven had. Ze had, herinner ik me, nog geen volledig ontwikkelde borsten maar wel al een begin van schaamhaar. Al had ik daar geen flauwe notie van, vond het gewoon heel erg interessant en ook wel een beetje spannend: doordat L. er altijd een punt van maakte dat niet gezien mocht worden wat we deden had ik wel een idee dat wat we deden niet mocht.

Maar goed, ik tastte, voelde en kneedde overal, gewoon omdat ze het toeliet, omdat het van haar mocht. Daarbij kwam ik ook wel een glibberig aanvoelende nattigheid tegen, ‘daar beneden’, net even voorbij het haar. Bij dat natte glibberige lag voor mij een beetje de grens, dat vond ik niet prettig, bijna vies. Al had ik, nogmaals, geen flauwe notie van wat het allemaal was. Ik raakte haar ‘daar’ dan ook nauwelijks aan. Na verloop van tijd vond ze het dan genoeg, werd ze ‘wakker’ en gingen we andere, (nu weet ik: normale) dingen doen.

Ik besefte pas later (geen idee precies wanneer, maar het was best laat: ik liep al tegen de twintig) wat ze van me gewild had en nog gedaan gekregen had ook: dat ik haar op haar aanwijzing, maar wel op mijn manier tot een orgasme masturbeerde en (zeker als we bij haar waren) haar ‘afterglow’ tot een feest maakte door een soort van naspel te spelen. Kennelijk was de idee dat ze bij dat alles betrapt kon worden een extra ‘kick’ voor haar.

Was het omdat we gingen verhuizen, omdat L. door haar ouders (of de mijne) alsnog ontdekt was of gewoon omdat zij volwassener werd? Geen idee, maar feit is dat het op enig moment niet meer gebeurde. Feit is ook dat mijn eigen seksualiteit en seksuele interesse daardoor (te vroeg?) ontwaakten. En dat ik achteraf (getriggered door de beschuldigingen aan het adres van de Katholieke kerk) doorhad dat ze me, hoewel niet actief (Of heb ik dat verdrongen? Geen idee, eigenlijk), voor haar doeleinden seksueel misbruikte.

Ik kan er geen #Metoo meer om gillen, de feiten zijn ongetwijfeld verjaard, want minstens vijftig jaar geleden. Maar het is goed de herinnering op te schrijven. Het is immers een stukje oplossing van de puzzel ‘hoe ben ik geworden wie ik ben?’

 

© Cees Geluk, aug.. 2018