14. dec, 2014

IN DE TRAM...

Avondspits. Het is druk in de tram. Logisch: de werkdag zit erop en een groot deel van Nederland haast zich naar de warme hap. Een poosje geleden is een elektrische rolstoel binnengereden. Een enorm apparaat, bijna een middenklasser. Al helemaal vanwege de hulpmiddelen die de invalide ter beschikking staan: twee full-size zuurstofflessen, extra grote accu's en wat dies meer zij. De mensen in de buurt maakten zo goed en zo kwaad als het ging ruimte voor het ding. Gevoelig als ik ben voor sentimenten hóórde ik ze bijna denken: wat moet zo iemand nou uitgerekend in de spits met zo'n gevaarte in het OV?

De tram stopt bij de halte. Vanaf een ander 'portaal' wurmt een - vriendelijk gezegd - enigszins corpulent heerschap zich een weg naderbij: de uitgang in zijn buurt is defect en nu moet hij deze hebben. De bestuurder van de rolstoel (heeft hij misschien de antipathie van zijn medereizigers óók gevoeld?) doet de grootst mogelijke moeite zijn vervoermiddel zó te manoeuvreren dat het grote lijf redelijk comfortabel kan passeren. Als het Michelinmannetje dat ziet spreekt hij de onsterfelijke woorden:

"Nee, blijf rustig zitten, het gaat wel, ik kom er wel langs..."

Ik draai naar het raam, leun op het kozijntje, kin in de hand en probeer door aan Einstein's relativiteitstheorie te denken, het niet uit te brullen van het lachen.

Even later verlaat ook de rolstoel de tram. Bij het ziekenhuis. Hij wordt opgevangen door twee mensen in witte uniformen. Dát moest 'zo iemand' dus 'uitgerekend in de spits met zo'n ding in het OV'...

© Cees Geluk, december 2014