11. dec, 2016

SCHEIDEN, OF TOCH MAAR NIET..?

VORIGE week dinsdag, 29 november, ‘mocht’ ik voor de tweede keer in tweeënhalf jaar de apotheose meemaken van een proces van maanden: in het kader van een reorganisatie van de afdeling waar ik werk werden de plaatsingsgesprekken gehouden. Ikzelf ben geplaatst, maar voor 30 collega’s (22,3 fte in ‘management-speak’) valt op 1 maart definitief het doek: niet geplaatst, boventallig. Ik heb daar grote moeite mee. De term ‘boventallig’ steekt me om mee te beginnen als een graat in de keel. De collega’s is met zoveel woorden verteld dat ze als gevolg van het reorganiseren ‘overbodig’ zijn geworden, iets dat in de huidige wegwerp-maatschappij niet bepaald een aanbeveling en dus geen prettige boodschap is.

Maar er is meer. In de twee reorganisaties die ik nu heb moeten meemaken is het argument steeds geweest dat de klant ons product realtime, via ‘state of the art’ dienstverlening (lees: digitaal en zoveel mogelijk gestandaardiseerd en geautomatiseerd) en tegen een concurrerende prijs wil hebben. En dat we daar als bedrijf en als afdeling in mee moeten omdat ‘we’ anders ‘de boot gaan missen’. Het spookbeeld van V&D, dat in die ontwikkeling te laat heeft bewogen, komt dan van stal. Wat ik me dan afvraag is waarom dit soort operaties steeds vanuit de ivoren toren van het hoofdkantoor worden bedacht, waarbij het voldoen aan de klantvraag ‘toevallig’ altijd leidt tot een besparing in fte en daarmee in de kosten. Toevallig, ja, ja...

Ik ben vooral boos omdat iedere reorganisatie juist vanwege die besparing steevast vanuit de Raad van Bestuur wordt geëist, dat van de diverse managementlagen daaronder tot aan de laag die uiteindelijk het contact met de werkvloer heeft wordt verwacht dat ze zich tot de hen toebedeelde besparings-‘targets’ verplichten. En dat in dat hele traject de belangrijkste schakel, de werkvloer, machteloos moet toezien hoe over maar niet met hen wordt beslist. Het gaat tenslotte juist om hun baan, hun levensonderhoud. Het management lijkt er niet in te willen geloven dat de werkvloer óók een belang heeft bij de continuïteit van de onderneming en daar óók ideeën over heeft. Ideeën die, omdat ze in de praktijk geboren zijn, vast beter uitvoerbaar zijn dan de theoretische ‘plaatjes’ waar het hoofdkantoor mee werkt. Maar de werkvloer wordt alleen geïnformeerd (en dan nog onvolledig), in plaats van geconsulteerd. Een reorganisatie die in gezamenlijkheid met de werkvloer wordt opgezet zal meer draagvlak kennen dan de wantrouwige en bittere sfeer die nu op de afdeling heerst.

Mijn eigen positie heeft in deze reorganisatie voor de verandering niet op de tocht gestaan. Ik ben, zoals dat heet, ‘direct geplaatst’. Maar dat wil niet zeggen dat ik blij ben. Ik ga een twintigtal directe collega’s verliezen. Collega’s waar ik in sommige gevallen al tientallen jaren mee samenwerk. En als ik dan de functie zie waarop ik ‘direct geplaatst’ ben vraag ik me af of ik niet beter bij deze reorganisatie al de bijl in mijn nek had gevoeld. Juist in de groep waarin ik geplaatst ben gaat de ambitie van het hoofdkantoor op gebied van digitalisering, standaardisering en automatisering grote effecten hebben. Wat straks overblijft kan met het grootste gemak worden ge-‘outsourced’ naar de ‘collega’s’ in India. En het tijdpad daarvoor is ook al bekend: de ‘tamtam’ (directe mededelingen vanuit de leiding komen er nog niet) gonst van de geruchten dat de volgende ‘ronde’ over maximaal een jaar zal plaatsvinden.

Over maximaal een jaar mag ik dus wéér een aantal maanden in onzekerheid verkeren. En ik word er ook niet jonger op, dus ieder jaar dat het langer duurt voordat de klap valt maakt het moeilijker om een baan te vinden die recht doet aan de talenten zoals ik vind dat ik die heb: praten over mijn vak en daardoor de kennis ervan overdragen op anderen. Maar ook het werken met taal (zoals hier) doet me veel plezier en ik vind dat ik daar bij vlagen best goed in ben.

Ik begin het een beetje zat te worden steeds maar langs de zijlijn te moeten afwachten wat anderen over me beslissen. De parallel met een slecht huwelijk dringt zich aan me op: één van de huwelijkspartners doet exact de eigen zin, de ander staat volledig buiten spel, moet maar zien hoe in het eigen geluk te voorzien. In de menselijke variant zal de achtergestelde partner dan vaak een scheiding aanvragen. En terecht. Ik heb ook die neiging, ware het niet dat in een ‘vecht-scheiding’, want dat gaat het dan zeker worden, geen winnaars zijn, enkel verliezers. En die ‘collateral damage’ wil ik mijn gezin besparen. Hoe vreemd het ook klinkt, ik mag hopen dat ik de volgende reorganisatie niet overleef, zodat ik voor een deel althans de regie over mijn leven terugkrijg...

 

© Cees Geluk, dec. 2016