16. nov, 2015

“BE THE CHANGE...”

Ik zit achter mijn laptop en staar naar het scherm. Veilig. Warm. Buiten is het donker, maar hier binnen brandt licht. De wereld lijkt ver weg, maar is om de hoek: Parijs is nog maar nauwelijks bekomen van de verschrikkingen die daar hebben plaatsgevonden. 129 doden, meer dan driehonderd gewonden. Meer nog dan na Charlie Hebdo stel ik mezelf de vraag: wat moet ik hiermee, wat kan ik hieraan doen? Kan ik wel wat doen?

Een jaar of wat geleden kwam ik een uitspraak tegen die me raakte en sindsdien mijn motto is geworden: ‘Be the change you want to see in the World”. Vrij vertaald houdt Mohandas Karamchand ‘Mahatma’ Ghandi ons daarmee voor dat als we de wereld willen veranderen, we vooral bij onszelf moeten beginnen. Dat is nogal wat, als je erover nadenkt. Ben ik in m’n eentje in staat een verandering in de wereld te bewerken? Nee, natuurlijk niet. De gedachte erachter is echter dat als ik begin, anderen mijn voorbeeld wellicht zullen volgen. En dat, als een steentje in een vijver, mijn kleine, op zichzelf misschien onbelangrijk lijkende daad grote gevolgen kan hebben. Dat de rimpels in die vijver uiteindelijk de hele wereld over kunnen gaan. Het lijkt zinloos idealisme, een roze zonnebril, luchtfietserij, maar ik geloof daar wel in. Bovendien: baat het niet, schaden doet het zeker niet. Ik volg immers mijn hart, mijn eigen wens?

Terug naar de nasleep van Parijs. Op sociale media, Facebook en Twitter vooral, staan meningen lijnrecht tegenover elkaar. De virtuele wereld bestaat alleen maar uit zwart en wit. Alle grijstinten daartussen zijn verdwenen, om over het hele scala van echte kleuren maar te zwijgen. Ik lees dat wie probeert de nuance te vinden, wie tracht het verstand te laten zegevieren over de emotie als ‘mongool’ wordt weggezet. Ik zie hoe een collectieve onderbuik een discours uitbraakt dat griezelig sterk doet denken aan een periode uit de recente geschiedenis waarvan we, dacht ik, hadden afgesproken dat we die niet meer, nóóit meer wilden meemaken, een afspraak die we ieder jaar begin mei met elkaar hernieuwen. Dacht ik. Maar ik dacht kennelijk verkeerd. ‘De-islamiseren’ is een term die voorbijkomt. ‘Grenzen dicht’. Zeventig, tachtig jaar na dato zijn het nu de Moslims die niet gewenst zijn, is de Islam nu de gemeenschappelijke vijand. Zeventig, tachtig jaar na dato wordt een vreemdeling weer primair beoordeeld op wat hij gelooft, in plaats van op zijn mens-zijn. Dat gaat er bij mij niet in, dat wil ik niet, dat moet veranderen.

Ghandi stelt dan dat je zelf de verandering moet zijn die je wilt zien. Die uitdaging neem ik met graagte van de Mahatma aan. Mijn actie, mijn daad? Maandag om twaalf uur is heel Nederland een minuut stil. Uit respect voor de 129 en mogelijk meer slachtoffers van een volkomen zinloze slachtpartij. Ik zal op mijn werk, vanachter mijn bureau, ook stil zijn. Het kan me dan niet schelen hoe druk het is. Een telefoon neem ik niet aan: ze wachten maar een minuutje. De wereld is al jachtig genoeg. Maar meer nog: ik zal in die minuut mijn Religie afzweren. Dat lijkt iets kleins, iets gemakkelijks, maar het is wel degelijk een grote stap en niet alleen maar symbolisch. Want ik zweer mijn Religie af, maar niet mijn Geloof. Geloof is iets tussen je god (of welk ander opperwezen dan ook) en jezelf. Religie is het instituut, de organisatie waar (vooral) mannen met macht willen bepalen hoe je die relatie vorm moet geven. Ik geloof dat ik intelligent genoeg ben om dat zelf te bepalen. Daar heb ik geen machtige mannen, priester, imam, dominee of wat dan ook voor nodig. Geloof gaat uit van de goedheid in een mens, ieder opperwezen bestaat immers uit liefde. Religie daarentegen ziet vooral de vijandschap in de ander, het gevaar in zijn anders-zijn. Ik geloof ook dat ik niet de enige intelligente mens op deze aarde ben, integendeel. Er zijn vast en zeker meer mensen als ik, velen ongetwijfeld intelligenter dan ik. Door mijn eigen kleine actie nu wereldkundig te maken gooi ik dat steentje in de vijver. Aan de vele anderen de vraag om de rimpels vorm te geven.

Hoe mooi zou het zijn als vanuit dat kleine begin de religieuze instituten en organisaties van de wereld hun machtsbasis verliezen. Als alle gelovigen, overtuigd van de goedheid van hun relatie met hun opperwezen, elkaar vanuit Geloof tegemoet treden, zonder zich door machtswellustelingen vanuit de Religie te willen laten voorschrijven dat ze bang moeten zijn. Dán valt onvermijdelijk de voedingsbodem weg die 9/11, Londen, Madrid, Charlie Hebdo, Beiroet, Parijs en al die andere rampen mogelijk hebben gemaakt. Dan ook, en dáár gaat het me om, valt de bodem weg onder het gevaarlijke discours van hen die vooral de eigen welvaart willen beschermen en die aan anderen willen onthouden om geen andere reden dan hun anders-zijn. We zouden, als de rimpels groter worden, zelfs een wereld kunnen zien ontstaan die eerlijker, vredelievender, humaner is. Een wereld waarin misschien wel geen oorlog meer is. Dat zou toch geweldig zijn? En de Mahatma gaat ons voor: hij droeg een hindoe die een moslim had gedood op een moslimkind te adopteren en dat als moslim op te voeden. Vanuit Geloof, niet vanuit Religie. Een simpel handje zout was de eerste stap op weg naar India’s onafhankelijkheid. Een kleine daad met grote gevolgen. Wees de verandering die je wilt zien in de wereld. Inderdaad.

Ik zweer op maandag om twaalf uur Religie af maar behoud mijn Geloof. In de hoop en de overtuiging dat als anderen mijn voorbeeld volgen de wereld er uiteindelijk beter van kan worden. Zo zijn de 3.000 van New York, de 191 van Madrid, de 52 van Londen, de 37 van Beiroet, de 129 van Parijs en die ontelbare anderen in de wereld die door Religieus geweld om het leven kwamen niet voor niets gestorven.

© Cees Geluk, november 2015