11. dec, 2016

VORIGE week dinsdag, 29 november, ‘mocht’ ik voor de tweede keer in tweeënhalf jaar de apotheose meemaken van een proces van maanden: in het kader van een reorganisatie van de afdeling waar ik werk werden de plaatsingsgesprekken gehouden. Ikzelf ben geplaatst, maar voor 30 collega’s (22,3 fte in ‘management-speak’) valt op 1 maart definitief het doek: niet geplaatst, boventallig. Ik heb daar grote moeite mee. De term ‘boventallig’ steekt me om mee te beginnen als een graat in de keel. De collega’s is met zoveel woorden verteld dat ze als gevolg van het reorganiseren ‘overbodig’ zijn geworden, iets dat in de huidige wegwerp-maatschappij niet bepaald een aanbeveling en dus geen prettige boodschap is.

Maar er is meer. In de twee reorganisaties die ik nu heb moeten meemaken is het argument steeds geweest dat de klant ons product realtime, via ‘state of the art’ dienstverlening (lees: digitaal en zoveel mogelijk gestandaardiseerd en geautomatiseerd) en tegen een concurrerende prijs wil hebben. En dat we daar als bedrijf en als afdeling in mee moeten omdat ‘we’ anders ‘de boot gaan missen’. Het spookbeeld van V&D, dat in die ontwikkeling te laat heeft bewogen, komt dan van stal. Wat ik me dan afvraag is waarom dit soort operaties steeds vanuit de ivoren toren van het hoofdkantoor worden bedacht, waarbij het voldoen aan de klantvraag ‘toevallig’ altijd leidt tot een besparing in fte en daarmee in de kosten. Toevallig, ja, ja...

Ik ben vooral boos omdat iedere reorganisatie juist vanwege die besparing steevast vanuit de Raad van Bestuur wordt geëist, dat van de diverse managementlagen daaronder tot aan de laag die uiteindelijk het contact met de werkvloer heeft wordt verwacht dat ze zich tot de hen toebedeelde besparings-‘targets’ verplichten. En dat in dat hele traject de belangrijkste schakel, de werkvloer, machteloos moet toezien hoe over maar niet met hen wordt beslist. Het gaat tenslotte juist om hun baan, hun levensonderhoud. Het management lijkt er niet in te willen geloven dat de werkvloer óók een belang heeft bij de continuïteit van de onderneming en daar óók ideeën over heeft. Ideeën die, omdat ze in de praktijk geboren zijn, vast beter uitvoerbaar zijn dan de theoretische ‘plaatjes’ waar het hoofdkantoor mee werkt. Maar de werkvloer wordt alleen geïnformeerd (en dan nog onvolledig), in plaats van geconsulteerd. Een reorganisatie die in gezamenlijkheid met de werkvloer wordt opgezet zal meer draagvlak kennen dan de wantrouwige en bittere sfeer die nu op de afdeling heerst.

Mijn eigen positie heeft in deze reorganisatie voor de verandering niet op de tocht gestaan. Ik ben, zoals dat heet, ‘direct geplaatst’. Maar dat wil niet zeggen dat ik blij ben. Ik ga een twintigtal directe collega’s verliezen. Collega’s waar ik in sommige gevallen al tientallen jaren mee samenwerk. En als ik dan de functie zie waarop ik ‘direct geplaatst’ ben vraag ik me af of ik niet beter bij deze reorganisatie al de bijl in mijn nek had gevoeld. Juist in de groep waarin ik geplaatst ben gaat de ambitie van het hoofdkantoor op gebied van digitalisering, standaardisering en automatisering grote effecten hebben. Wat straks overblijft kan met het grootste gemak worden ge-‘outsourced’ naar de ‘collega’s’ in India. En het tijdpad daarvoor is ook al bekend: de ‘tamtam’ (directe mededelingen vanuit de leiding komen er nog niet) gonst van de geruchten dat de volgende ‘ronde’ over maximaal een jaar zal plaatsvinden.

Over maximaal een jaar mag ik dus wéér een aantal maanden in onzekerheid verkeren. En ik word er ook niet jonger op, dus ieder jaar dat het langer duurt voordat de klap valt maakt het moeilijker om een baan te vinden die recht doet aan de talenten zoals ik vind dat ik die heb: praten over mijn vak en daardoor de kennis ervan overdragen op anderen. Maar ook het werken met taal (zoals hier) doet me veel plezier en ik vind dat ik daar bij vlagen best goed in ben.

Ik begin het een beetje zat te worden steeds maar langs de zijlijn te moeten afwachten wat anderen over me beslissen. De parallel met een slecht huwelijk dringt zich aan me op: één van de huwelijkspartners doet exact de eigen zin, de ander staat volledig buiten spel, moet maar zien hoe in het eigen geluk te voorzien. In de menselijke variant zal de achtergestelde partner dan vaak een scheiding aanvragen. En terecht. Ik heb ook die neiging, ware het niet dat in een ‘vecht-scheiding’, want dat gaat het dan zeker worden, geen winnaars zijn, enkel verliezers. En die ‘collateral damage’ wil ik mijn gezin besparen. Hoe vreemd het ook klinkt, ik mag hopen dat ik de volgende reorganisatie niet overleef, zodat ik voor een deel althans de regie over mijn leven terugkrijg...

 

© Cees Geluk, dec. 2016

23. okt, 2016

Al achtendertig jaar heb ik, in diverse functies in de financiële dienstverlening, geprobeerd U te dienen zoals een goed onderdaan behoort te doen. Ik heb U in de jaren tachtig geholpen toen U aan de balie geld van Uw rekening kwam opnemen. Ik heb U in de jaren negentig telefonisch bevestigd dat een spoed-overboeking op Uw rekening was bijgeschreven. Ik heb, vooral op de achtergrond en buiten Uw waarneming, tot nu steeds gedaan wat ik dacht dat gedaan moest worden om Uw ervaring met de financiële sector zo soepel en moeiteloos mogelijk te laten verlopen. Maar blijkbaar was en bent U daar (nog steeds) niet tevreden mee.

Mijn leidinggevenden vertellen me bij iedere gelegenheid dat Uw wensen veranderd zijn en in een steeds hoger tempo nog steeds veranderen. Dat U bijvoorbeeld geen behoefte meer hebt aan persoonlijk contact met mij en mijn collega's. U kunt alles, zo begrijp ik, helemaal zelf vanachter de PC, via laptop, tablet of zelfs Uw smartphone. Daarbij wilt U alles zo snel mogelijk, liefst ‘realtime’, en tegen een zo laag mogelijke prijs.

Om daaraan tegemoet te komen is in de sector de zoveelste automatiserings- en reorganisatie-ronde ingezet. Producten die tot nu toe door mij en mijn collega's voor U werden gemaakt en waarover we U graag (en goed!) adviseerden, kunt U daardoor nu zelf online aanvragen. In de (nabije?) toekomst zelfs zonder dat er nog een mensenhand aan te pas hoeft te komen. U vraagt, Uw printer draait, en de administratieve vastlegging vindt volledig digitaal plaats. Het resultaat beantwoordt precies aan de wensen zoals de managers die naar de werkvloer toe verwoorden: ‘zorgeloos bankieren door ‘state of the art’ verwerking met een concurrerende kostenstructuur’. Met andere woorden: ‘realtime’ en voor een appel en een ei, want zonder tussenkomst van dat (veel te) dure personeel. Mijn collega’s en ik zijn niet meer nodig en dus komt er (alwéér) een reorganisatie.

Bij het lezen van het voorgaande zult U denken: goed dat dit gebeurt, mijn bank luistert eindelijk naar mijn wensen. Na de banken- en Eurocrisis mag ook wel eens een keer. Maar, Uwe Majesteit, ik vraag me af of U zich realiseert wat dat met mij en mijn collega’s als mens doet. Heeft U er enig benul van wat het betekent om – zoals in mijn geval – na achtendertig jaar zeer trouwe dienst (al zeg ik het zelf) inmiddels bijna jaarlijks het risico te lopen als oud vuil aan de kant gezet te worden? Beseft U überhaupt dat achter iedere medewerker een gezin staat dat van de vruchten van zijn werk afhankelijk is? Dat als er door Uw wensen één arbeidsplaats vervalt, dat vaak gevolgen heeft voor meer dan één persoon? Nee natuurlijk beseft U dat niet. Waarom zou U ook. Voor U is alleen belangrijk dat U zoveel mogelijk bankzaken zelf kunt regelen. Hoe meer Uw bank standaardiseert en automatiseert, hoe meer U tevreden bent. Ik heb zelfs met verbazing in een wakker ochtendblad gelezen dat U pas tevreden zult zijn als Uw bank in de echte wereld helemaal niet meer bestaat, maar slechts een onderdeel is van het ‘Internet of Things’. Als U de banken zoals we die nu nog kennen, geheel naar de museumzalen hebt laten verdwijnen: ‘Kijk kinderen, dit was een bank. Daar werkten vroeger mensen. Mensen die de producten alleen maar onnodig duur maakten. Dat bestaat gelukkig niet meer.’

Als het Uw wens is dat mijn collega’s en ik door steeds verdergaande standaardisatie en automatisering werkloos worden dan gebeurt dat ook. Onderdanen hebben immers niets in te brengen, één individuele onderdaan al helemaal niet. Maar ik verzeker U: Uw wens om alles maar zelf te regelen en vrijwel gratis op een digitaal presenteerblaadje aangeleverd te krijgen zal U uiteindelijk nog opbreken. Want een computerprogramma geeft alleen uitvoer op basis van wat U heeft ingevoerd. Een app is niet in staat de bedoeling van Uw invoer te interpreteren. Bij simpel betalingsverkeer komt U daar misschien nog mee weg, maar dat kan niet altijd goed blijven gaan. Ik durf de stelling wel aan dat U van de wat complexere financiële diensten, ik noem kredieten, hypotheken, documentair betalingsverkeer, bankgaranties en dergelijke, absoluut onvoldoende kennis heeft, laat staan ervaring. En hoe U ook zult proberen, U kunt die producten niet eeuwig vermijden. Mijn collega’s en ik hebben die kennis en ervaring wel, vaak opgedaan door heel veel jaren geduldige en trouwe dienstverlening. We zouden u heel graag willen en ook kunnen helpen en adviseren maar onze kennis en ervaring zal dan door Uw wensen wegbezuinigd zijn: ‘zorgeloos bankieren door ‘state of the art’ verwerking met een concurrerende kostenstructuur’, weet U nog?

Ik verwacht, kortom, niet dat ik deze reorganisatieronde ga overleven. Ik zal als gevolg van Uw wensen als oud vuil aan de kant worden gezet en op zoek moeten naar een andere baan. Een baan buiten de financiële dienstverlening, dat wel. Omdat daar in de nabije, laat staan in de wat verder gelegen toekomst geen droog brood meer in te verdienen zal zijn. Daar heeft U dan heel vakkundig voor gezorgd of dat gaat u nog doen. Geen financiële dienstverlening dus. Ik denk aan een baan in de uitvaartbranche: er zal altijd werk zijn, werk dat een duidelijk dienstverlenende component heeft. Dat zit nu eenmaal in mijn DNA. Maar vooral, werk waar de directe clientèle nooit haast heeft en niet de hele dag zo arrogant en betweterig aan je kop zeurt...

Het ga u goed, Uwe Majesteit.

 

© Cees Geluk, okt. 2016.

16. aug, 2016

Ik heb, voor zover ik daar aan heb willen meewerken, een prima opleiding gehad. Eerst twee jaar kleuterschool, zo heetten de groepen 1 en 2 van het basisonderwijs in mijn tijd nog. Daar-na was er de ‘Grote School’, want als je eenmaal het ‘kakschooltje’ achter je had gelaten was ‘Lagere School’ een te min woord. Na zes jaar werd met enig ceremonieel afscheid genomen van de ‘bovenmeester’ en volgde de middelbare vervolgopleiding, in mijn geval het VWO (Atheneum). Verder leren aan HBO of universiteit is er nooit van gekomen, dáár wilde ik mijn medewerking niet meer aan verlenen. Had ik dat maar wel gedaan dan zou ik de tegenwoordige tijd misschien beter begrijpen.

In Cannes heeft de burgemeester, ongetwijfeld iemand die wél heeft gestudeerd anders wat hij geen burgemeester geworden, een verbod uitgevaardigd tegen ‘badkleding die getuigt van een religieuze overtuiging, terwijl Frankrijk nu doelwit is van terroristische acties’. Hij doelt, las ik in het ‘Dagblad van Wakker Nederland’ met name op de ‘boerkini’, de lichaamsbedekkende kleding van gelovige moslima’s . Op het artikel kon gereageerd worden. Allemaal mensen die hebben doorgeleerd, want ik ben blijkbaar te dom om de reacties te begrijpen. Reacties die op mij overkomen onderbuikgevoelens, meningen dus, die men als feiten, als waarheid de wereld in slingert. Op stranden in delen van het Midden-Oosten, staat er, hoeft een vrouw ook niet te proberen een bikini’s te dragen. En dus moeten hier dan de boerkini’s maar in de ban. Voor wat hoort wat immers. Het merendeel van de erudiete en evenwichtig geformuleerde reacties laat ik hier maar onbesproken want ik begrijp het taalgebruik en de logica erachter niet. Zal aan mijn gebrekkige opleiding liggen.

Maar het gaat me niet om een artikeltje in een landelijk dagblad. Er is iets heel anders dat ik niet begrijp en waarbij ik de hulp wil inroepen van u die ongetwijfeld wél hebt doorgeleerd. Waarom, zo vraag ik u, is het nodig vrouwen een dwingend kledingadvies op te leggen en daarbij als reden aan te voeren dat Frankrijk doelwit is van aanslagen? Wordt de dreiging minder als een vrouw opeens in bikini op het strand verschijnt? Zou de religieuze overtuiging door een ander kledingstuk anders worden of zelfs verdwijnen? En, zo vraag ik u, waarom exclusief (islamitische) vrouwen? Stel u voor: op het strand wordt de plaats van de boerkini dragende vrouw (overigens, de foto bij het artikel komt helemaal niet dreigend over) ingenomen door een man met dezelfde religieuze overtuiging. Hij hoeft niets, maar dan ook helemaal niets te doen of te laten. Zijn kleding (al droeg hij driedelig grijs!) is van geen belang. Waarom wordt er niet tegen zijn baard geprotesteerd, gezichtsbeharing die evenzeer een uiting is van een religieuze overtuiging? En als we dan toch bezig zijn, hoe zit het dan met Joodse keppeltjes en pijpekrullen of de tulband van Sikhs? 

‘Nee’, hoor ik u zeggen, ‘het gaat er vooral om dat de Islam een achterlijke religieuze overtuiging is. Een overtuiging die geen religie, maar een politieke beweging is die vrouwen onderdrukt, waar mannen vrouwen opdragen bepaalde kledingstukken te dragen. Een overtuiging tenslotte die in het Heilige Boek oproept de Westerse samenleving te verwerpen, zo niet te vernietigen.’ Ik heb nooit Koran-onderwijs gehad maar er is bij mij wel de nodige Bijbelkennis ingestampt. En van daaruit lopen soms de rillingen over mijn rug als ik lees hoe ons eigen Heilige Boek omgaat met bijvoorbeeld homoseksualiteit of vreemdgaan, hoe het Heilig Land het resultaat is (toen en nu wéér!) van oorlogszuchtigheid die ik alleen maar kan omschrijven als ‘Jihad’. Om over de kruistochten maar te zwijgen.

En met betrekking tot vrouwenonderdrukking: ik ben al wat ouder en ik meen me te herinneren dat ook in onze ‘verlichte’ en ‘vrije’ westerse samenleving het nog tot halverwege de vorige eeuw gebruikelijk was dat vrouwen als ze trouwden ontslagen werden. Ze mochten geen eigen geld hebben en moesten voor de kinderen zorgen. Haar enige recht was het aanrecht. Een getrouwde vrouw gold als ‘wilsonbekwaam’, wat betekende dat ze geen bezit kon hebben en geen contracten kon afsluiten. Wilsonbekwaam, door het simpele feit van haar huwelijk. En wie van de wat oudere dames kan zich niet herinneren dat er van vrouwen verwacht werd dat ze ‘netjes’ in rok verschenen? Broekpakken? Nee, dat kon helemaal niet! Wie zonder zonden is, werpe de eerste steen, wil ik maar zeggen.

Terroristen zijn over het algemeen, dat zal ik niet ontkennen, van islamitische afkomst of worden (aan)gestuurd door organisaties die voor islamitisch versleten willen worden. Maar dat betekent niet, en laten we alstublieft die fout niet maken, dat iemand die een hoofddoek of – want daar ging het om – een boerkini draagt, automatisch kwade bedoelingen heeft. En nog minder dat die kwade bedoelingen als sneeuw voor de zon verdwijnen als het kledingstuk verandert.

Maar misschien denk ik er te simpel over. Ik heb immers niet doorgeleerd...

© copyright Cees Geluk, augustus 2016

16. nov, 2015

Ik zit achter mijn laptop en staar naar het scherm. Veilig. Warm. Buiten is het donker, maar hier binnen brandt licht. De wereld lijkt ver weg, maar is om de hoek: Parijs is nog maar nauwelijks bekomen van de verschrikkingen die daar hebben plaatsgevonden. 129 doden, meer dan driehonderd gewonden. Meer nog dan na Charlie Hebdo stel ik mezelf de vraag: wat moet ik hiermee, wat kan ik hieraan doen? Kan ik wel wat doen?

Een jaar of wat geleden kwam ik een uitspraak tegen die me raakte en sindsdien mijn motto is geworden: ‘Be the change you want to see in the World”. Vrij vertaald houdt Mohandas Karamchand ‘Mahatma’ Ghandi ons daarmee voor dat als we de wereld willen veranderen, we vooral bij onszelf moeten beginnen. Dat is nogal wat, als je erover nadenkt. Ben ik in m’n eentje in staat een verandering in de wereld te bewerken? Nee, natuurlijk niet. De gedachte erachter is echter dat als ik begin, anderen mijn voorbeeld wellicht zullen volgen. En dat, als een steentje in een vijver, mijn kleine, op zichzelf misschien onbelangrijk lijkende daad grote gevolgen kan hebben. Dat de rimpels in die vijver uiteindelijk de hele wereld over kunnen gaan. Het lijkt zinloos idealisme, een roze zonnebril, luchtfietserij, maar ik geloof daar wel in. Bovendien: baat het niet, schaden doet het zeker niet. Ik volg immers mijn hart, mijn eigen wens?

Terug naar de nasleep van Parijs. Op sociale media, Facebook en Twitter vooral, staan meningen lijnrecht tegenover elkaar. De virtuele wereld bestaat alleen maar uit zwart en wit. Alle grijstinten daartussen zijn verdwenen, om over het hele scala van echte kleuren maar te zwijgen. Ik lees dat wie probeert de nuance te vinden, wie tracht het verstand te laten zegevieren over de emotie als ‘mongool’ wordt weggezet. Ik zie hoe een collectieve onderbuik een discours uitbraakt dat griezelig sterk doet denken aan een periode uit de recente geschiedenis waarvan we, dacht ik, hadden afgesproken dat we die niet meer, nóóit meer wilden meemaken, een afspraak die we ieder jaar begin mei met elkaar hernieuwen. Dacht ik. Maar ik dacht kennelijk verkeerd. ‘De-islamiseren’ is een term die voorbijkomt. ‘Grenzen dicht’. Zeventig, tachtig jaar na dato zijn het nu de Moslims die niet gewenst zijn, is de Islam nu de gemeenschappelijke vijand. Zeventig, tachtig jaar na dato wordt een vreemdeling weer primair beoordeeld op wat hij gelooft, in plaats van op zijn mens-zijn. Dat gaat er bij mij niet in, dat wil ik niet, dat moet veranderen.

Ghandi stelt dan dat je zelf de verandering moet zijn die je wilt zien. Die uitdaging neem ik met graagte van de Mahatma aan. Mijn actie, mijn daad? Maandag om twaalf uur is heel Nederland een minuut stil. Uit respect voor de 129 en mogelijk meer slachtoffers van een volkomen zinloze slachtpartij. Ik zal op mijn werk, vanachter mijn bureau, ook stil zijn. Het kan me dan niet schelen hoe druk het is. Een telefoon neem ik niet aan: ze wachten maar een minuutje. De wereld is al jachtig genoeg. Maar meer nog: ik zal in die minuut mijn Religie afzweren. Dat lijkt iets kleins, iets gemakkelijks, maar het is wel degelijk een grote stap en niet alleen maar symbolisch. Want ik zweer mijn Religie af, maar niet mijn Geloof. Geloof is iets tussen je god (of welk ander opperwezen dan ook) en jezelf. Religie is het instituut, de organisatie waar (vooral) mannen met macht willen bepalen hoe je die relatie vorm moet geven. Ik geloof dat ik intelligent genoeg ben om dat zelf te bepalen. Daar heb ik geen machtige mannen, priester, imam, dominee of wat dan ook voor nodig. Geloof gaat uit van de goedheid in een mens, ieder opperwezen bestaat immers uit liefde. Religie daarentegen ziet vooral de vijandschap in de ander, het gevaar in zijn anders-zijn. Ik geloof ook dat ik niet de enige intelligente mens op deze aarde ben, integendeel. Er zijn vast en zeker meer mensen als ik, velen ongetwijfeld intelligenter dan ik. Door mijn eigen kleine actie nu wereldkundig te maken gooi ik dat steentje in de vijver. Aan de vele anderen de vraag om de rimpels vorm te geven.

Hoe mooi zou het zijn als vanuit dat kleine begin de religieuze instituten en organisaties van de wereld hun machtsbasis verliezen. Als alle gelovigen, overtuigd van de goedheid van hun relatie met hun opperwezen, elkaar vanuit Geloof tegemoet treden, zonder zich door machtswellustelingen vanuit de Religie te willen laten voorschrijven dat ze bang moeten zijn. Dán valt onvermijdelijk de voedingsbodem weg die 9/11, Londen, Madrid, Charlie Hebdo, Beiroet, Parijs en al die andere rampen mogelijk hebben gemaakt. Dan ook, en dáár gaat het me om, valt de bodem weg onder het gevaarlijke discours van hen die vooral de eigen welvaart willen beschermen en die aan anderen willen onthouden om geen andere reden dan hun anders-zijn. We zouden, als de rimpels groter worden, zelfs een wereld kunnen zien ontstaan die eerlijker, vredelievender, humaner is. Een wereld waarin misschien wel geen oorlog meer is. Dat zou toch geweldig zijn? En de Mahatma gaat ons voor: hij droeg een hindoe die een moslim had gedood op een moslimkind te adopteren en dat als moslim op te voeden. Vanuit Geloof, niet vanuit Religie. Een simpel handje zout was de eerste stap op weg naar India’s onafhankelijkheid. Een kleine daad met grote gevolgen. Wees de verandering die je wilt zien in de wereld. Inderdaad.

Ik zweer op maandag om twaalf uur Religie af maar behoud mijn Geloof. In de hoop en de overtuiging dat als anderen mijn voorbeeld volgen de wereld er uiteindelijk beter van kan worden. Zo zijn de 3.000 van New York, de 191 van Madrid, de 52 van Londen, de 37 van Beiroet, de 129 van Parijs en die ontelbare anderen in de wereld die door Religieus geweld om het leven kwamen niet voor niets gestorven.

© Cees Geluk, november 2015

19. okt, 2015

Beste Geert, beste Halbe,

Een goede titel kiezen voor dit stuk heeft me heel wat hoofdbrekens gekost want wat dekt nu precies de lading zonder direct de inhoud te verraden? ‘Een hart’ vind ik een goede keuze.

Jullie hebben beiden, ieder vanuit jullie verschillende invalshoeken, grondige bezwaren tegen het feit dat Nederland vluchtelingen opvangt en tegen de manier waarop dat gebeurt. Ik noem dat ‘NIMBY’-gedrag. ‘NIMBY’, voor het onwaarschijnlijke geval dat jullie die term niet kennen, staat voor ‘Not In My Back Yard’, letterlijk: niet in mijn achtertuin. Daarmee wordt bedoeld dat iemand de oplossing van een probleem wel ziet, het er ook wel mee eens is, maar het vooral niet in zijn of haar directe omgeving wil hebben.
Terug naar de vluchtelingen. Omdat er meer asielzoekers, vluchtelingen, naar Nederland ko-men dan verwacht is het COA gedwongen in samenspraak met diverse gemeenten noodop-vang te regelen omdat reguliere asielzoekerscentra vol zitten en zij die inmiddels een verblijfs-vergunning hebben niet kunnen doorstromen de samenleving in. En op het moment dat bur-gers in de buurt van een geplande locatie voor noodopvang daar lucht van krijgen komen ze in een deel van de gevallen in verzet. Natuurlijk, de vluchteling moet érgens opgevangen wor-den, maar toch niet hier..? Ziedaar ‘NIMBY’.
Het vuurtje van ‘Nimby’ stook jij Geert, handig op. Heel handig, ik kan niet anders zeggen. Inspelend op de angst en onzekerheid van mensen die het, na alle klappen van de bijna voorbije crisis, ook niet meer weten, spiegel jij de maatschappij een beeld voor waarin de opvang niet vol zit met vluchtelingen maar met gelukszoekers. Gelukszoekers zijn het, want als je vlucht voor het geweld in bijvoorbeeld Syrië dan ben je in Turkije al veilig. Maar nee, deze economische vluchtelingen blijven niet in Turkije, ze komen naar Nederland, het achtste veilige land dat ze op hun route vanuit Griekenland tegenkomen. En ze komen om te profiteren van onze hard bevochten sociale voorzieningen. Voorziening die in jouw optiek toch vooral voor de eigen bevolking bedoeld zijn. Daar komt bij dat deze lieden vast en zeker terroristi-sche motieven hebben. Het zijn immers moslims en die doen toch niet anders? Grenzen dicht, dat is de enige oplossing die je ziet. En vooral dat ‘tuig’ opvangen in de regio, waar ze lekker moslims onder elkaar kunnen zijn. Alles beter dan dat ze hierheen komen.
Opvang in de regio zou op zich nog wel te begrijpen zijn als alternatief voor opvang hier, ware het niet dat de regio al zoveel vluchtelingen opvangt. Turkije bijvoorbeeld telt al dik anderhalf miljoen asielzoekers. En voor de opvang van die en mogelijk nog meer vluchtelingen, of de verbetering van bestaande opvang, is geld nodig. Veel geld. Dan is het vreemd dat je stampij maakt als Nederland in Europees verband met Turkije in overleg gaat, juist voor de opvang in de regio, en daar 3 miljard euro voor beschikbaar stelt. Politici zijn volgens jou kennelijk ‘knettergek’ geworden.
En dan je stelling dat we écht geen vluchtelingen meer kunnen opnemen, dat Nederland vol is. Ik heb er de cijfers van het COA eens bijgehaald. Op 12 oktober 2015 was de bezetting van de centrale opvang 39.204 personen. Vergelijk dat met de 83.801 personen in 2001 en je ziet dat het best meevalt. En zelfs al zouden het er honderdduizend worden, dan nog is dat (bij een bevolking van 16 miljoen) nog maar 0,625% van de Nederlandse bevolking, of anders gezegd: zes en een kwart persoon op de duizend. Moet te doen zijn, toch?

Dan richt ik me tot jou, Halbe. Wellicht uit angst voor het virtuele electorale gewin dat Geert met zijn oproepen tot verzet schijnt te hebben heb jij je uitgesproken voor versobering van de regelingen voor statushouders. Geen asielzoekers, maar statushouders dus. Containerwoningen zijn goed genoeg voor hen. En vooral geen bijstandsuitkering, zorgtoeslag of andere voorzie-ningen. Dat is alleen maar een gevaar voor, nee, een aanslag op de Nederlandse welvaart. Beter is het om deze mensen van een dagelijks leefgeld te voorzien. En werken? Nou nee, we moeten vooral uitkijken voor verdringing op de arbeidsmarkt. Deze nieuwe arbeidskrachten zouden eens banen kunnen krijgen waar de zeshonderdduizend werklozen al zo lang op zitten te wachten.
Halbe, statushouders zijn mensen die na een rechtvaardige procedure het recht hebben gekregen zich in Nederland te bevinden. En zoals je weet worden in dit land ‘Allen die zich in Nederland bevinden, in gelijke gevallen gelijk behandeld’. Je weet vast wel waar ik dat vandaan heb. Misschien kun je me eens laten zien waar het staat dat ‘zich in Nederland bevinden’ permanent moet zijn, of een bepaalde periode geduurd moet hebben voordat er sprake kan zijn van ‘gelijke gevallen’, en hoe lang die periode vooraf dan is? Bovendien wil ik je artikel 23 van het vluchtelingenverdrag in herinnering brengen, waarin staat dat ‘De Verdragsluitende Staten de rechtmatig op hun grondgebied verblijvende vluchtelingen op dezelfde wijze zullen behandelen als de onderdanen...’ Als ondertekenend land hebben we ons er dus toe verplicht!

En dan de arbeidsmarkt. Op dit moment mogen statushouders geloof ik niet werken, bang als we zijn voor verdringing. Laten we even aannemen dat er geen sprake is van oneerlijke con-currentie, zoals willen werken onder het cao-loon of zo. Dan zal de statushouder die een baan krijgt daar waarschijnlijk beter geschikt voor zijn dan een andere kandidaat. Of, en dat lijkt meer in de rede te liggen, de statushouder neemt werk aan waar de ‘Henk en Ingrid’ van Geert te beroerd voor zijn, zich te goed voor vinden. Het mechanisme waardoor een werkge-ver een statushouder boven het ‘eigen volk’ kan verkiezen heet ‘vrije markt’ Halbe, en dat zou jou als liberaal toch moeten aanspreken. Nee, Halbe, ik zeg het Emile Roemer na, met deze aanpak creëer je tweederangs burgers en dat moeten we met z’n allen niet willen.

Geert en Halbe. In tegenstelling tot jullie ben ik niet van ‘NIMBY’. Als er geschikte locaties zijn moeten die vooral voor opvang worden gebruikt, zeker als het een noodmaatregel is totdat meer permanente opvang geregeld kan worden. Je kunt deze mensen gewoonweg niet in de kou laten staan. Ik ben blij dat ik in een land mag leven dat in de wereld bekend staat als één van de rijkste, want dat is het ook. En ik gun dat genoegen ook aan anderen, zeker als die an-deren uit een traumatische situatie komen. Dan moet je, vind ik, ruimhartig zijn.
Ik ben er trots op dat een vluchteling voor Nederland kiest om een nieuw bestaan op te bou-wen, boven landen als Turkije, Griekenland, Macedonië, Hongarije, Servië, Oostenrijk, Italië of noem ze maar op. Kennelijk hebben wij iets dat die landen (en jullie beiden) missen: een hart. Een gewoon warm kloppend menselijk hart dat zich niet voor kan stellen, niet voor wíl stellen, hoe het moet zijn om je vaderland, je vrienden, vaak je hele familie op je vlucht te moeten achterlaten. Een hart dat zoveel als maar enigszins mogelijk is een warm welkom wil heten aan allen die hier een goed heenkomen zoeken, die hier op veiligheid en de opbouw van een nieuw bestaan hopen.

Tenslotte een vraag: is jullie hart even hard als de (economische) vluchteling niet uit Syrië, maar bijvoorbeeld uit Argentinië, Brazilië, Chili of Midden-Amerika komt? Ben benieuwd naar het antwoord.

© Cees Geluk, oktober 2015