6. jan, 2018

SCHOT

‘Dus we zijn het eens?’

De voorzitter staat met zijn rug naar de vergadertafel, staart uit het raam en ziet de rivier traag voorbij komen, zoals ze dat al sinds de Romeinse tijd doet. Dan ontwaakt hij uit zijn mijmering, draait zich om en kijkt de aanwezigen indringend aan. Allen steken hun hand op.

‘Mooi. Ik had niet anders verwacht. Ze zijn alle twee zo gek als een deur, dus zo gevaarlijk als wat en moeten dus gestopt. Onze veiligheid is in het geding. En misschien zelfs de veiligheid van de hele wereld. De gevolgen van wat ze uitdenken, ieder apart al, laat staan dat ze tegen elkaar op gaan bieden, kunnen desastreus zijn voor onze belangen in de wereld. Volgende punt: wie gaan we hiervoor inzetten?’

Na een dikke minuut stilte schraapt een vrouw haar keel. De voorzitter kijkt haar verwachtingsvol aan. Deze generaal heeft het commando over de geheime ‘assets’.

‘Ik stel voor,’ zegt ze enigszins timide, ‘dat we “Inverness” gebruiken.’

‘Uitstekend idee,’ buldert de voorzitter ten antwoord, ‘Pleeg de nodige voorbereidingen. Bedoeling is om ons besluit zo snel en efficiënt mogelijk ten uitvoer te leggen, als het even kan twee vliegen in één klap te slaan. Kunnen we daarbij ook op de overkant rekenen?’ De voorzitter draait zich naar het midden van de blinde muur waar, op een flat screen, een heer in kostuum de vergadering volgt.

‘Vanzelfsprekend,’ klinkt het uit de luidspreker, ‘zodra we de route weten geven we dat door.’

‘Mooi,’ zegt de voorzitter, ‘dan valt er niets meer te zeggen en is deze bijeenkomst beëindigd. Onthoud dat uiterste geheimhouding van levensbelang is, zowel voor het slagen van de operatie als voor “Inverness”. Goede jacht!’

Hij pakt de tumbler, heft het glas, richt het naar alle aanwezigen en neemt een grote slok whisky. De anderen staan op, volgen zijn voorbeeld en gaan hun eigen weg. De vergadering is over.

-o-o-o-o-o-o-o-

Hier lig ik goed, denkt Seamus. Vanaf deze plek kan ik alles overzien. Als ze straks langskomen zal ik ze bij wijze van spreken kunnen aanraken. Seamus’ droom wordt werkelijkheid vandaag: eindelijk is hij in een positie om uit te voeren waar hij zijn hele loopbaan voor heeft getraind. Om zijn taak goed te kunnen doen moet hij ze allebei kunnen zien, van heel dichtbij. ‘Ze’: het is pas kortgeleden dat hij de namen kreeg van zijn twee doelen. Seamus McBride is een gelukkig mens. In Inverness zullen zijn kameraden stinkend jaloers zijn dat hij deze kans heeft gekregen. Het bericht uit Londen dat hij de reis hierheen zou maken en dat hij, Seamus, de ‘opdracht’ kreeg sloeg bij hen in als een bom. Hij nam het vliegticket dat bij zijn orders zat en landde drie dagen geleden. Het hotel waar kamer 9 al voor hem was gereserveerd vond hij zonder moeite. Ze hebben alles verdomd goed voorbereid, weet hij. Het is dan ook niet de eerste de beste opdracht. Het moest per se kamer 9 zijn, omdat die ten opzichte van de route ideaal ligt. En het ís kamer 9, zijn superieuren hebben niet gefaald. Nu mag hij dat ook niet doen.

De afgelopen dagen heeft hij zich uitgebreid georiënteerd. Hij heeft de omgeving van het hotel goed in zich opgenomen, hij weet precies waar hij is en waar zijn slachtoffers straks zullen zijn. Misschien niet heel erg toevallig heeft hij in Inverness, en later in Londen in het huis aan de Theems, met zijn kameraden maquettes van precies deze omgeving bestudeerd. Ze hebben kaarten van deze wijk bestudeerd, alle straten en eventuele obstakels in de buurt benoemd. Alles om... nou ja, om maar zo goed mogelijk voorbereid te zijn.

Een uur geleden heeft hij het meubilair in zijn hotelkamer verplaatst en het kingsize tweepersoonsbed met het voeteneind voor het raam gezet. Dat ging perfect: het voetenbord past precies onder de vensterbank. Hij moest natuurlijk wel voorzichtig zijn, wilde geen geluid maken. Hij zou, zo midden op de dag, niemand wakker gemaakt hebben, zeker niet met het bijna hysterische feestgedruis buiten, maar hij wilde niet het risico lopen dat personeel van het hotel toch op een geluid af zou komen en hem zou vragen het bed weer op z’n plaats te zetten. Dat zou de boel verpesten. Nu kan hij, met zijn voeten op het hoofdkussen en op zijn buik liggend, in alle rust het schouwspel op straat tot zich nemen. Hij heeft zijn koffer naast zich neergelegd, daar kan hij straks op leunen. Hij is er helemaal klaar voor. Seamus staat zichzelf toe even te ontspannen, even de ogen rust te gunnen voordat hij...

Verdomme! Hij is tóch in slaap gevallen! De herrie van het feest buiten is sterker geworden, ‘ze’ zullen in aantocht zijn. Dat heeft hem gewekt. Zou hij bijna zijn plicht hebben verzaakt, zeg! Gelukkig dat ze hier zo idolaat van ‘die twee’ zijn anders was het misschien mis gegaan. McBride wrijft zich de ogen uit en doet werktuigelijk wat hij zichzelf tijdens al die maanden en jaren training eigen heeft gemaakt. De koffer gaat open en hij verbaast zich erover dat het metaal, zelfs door de rubber handschoenen heen, zo koud aanvoelt, ook al is het midden op de dag en hoogzomer. Het moet hier in de kamer toch zeker dertig graden zijn, als het niet meer is. Geen tijd om daar over na te denken, hij moet doorwerken. Hij weet alle onderdelen blindelings te vinden en in elkaar te zetten. Tijdens zijn carrière heeft hij dat honderden keren zelfs geblinddoekt gedaan. Als hij klaar is sluit hij de koffer, legt die tegen het voetbord, het nu geassembleerde wapen erop en wacht op wat er komen gaat.

Buiten begint de menigte zo mogelijk nog uitzinniger te worden. Ze juichen, zwaaien met vlaggetjes, springen op en neer. Toch heeft Seamus vrij uitzicht: het hotel staat op een talud waarop voor de gelegenheid bloemen en struiken zijn geplant. En het voetpad is breed, zodat de straat, zelfs over de hoofden van de mensen heen, over de volle breedte goed zichtbaar is. Bovendien zal de stoet het midden van de weg houden, zodat ‘ze’ nergens achter schuil zullen kunnen gaan. Een militaire kapel komt voorbij, gevolgd door strak paraderende troepen. Het neerkomen van honderden laarzen op precies hetzelfde moment doet de aarde bijna trillen. Dan volgt een leegte. De militairen zijn voorbij, zijn doelen zijn er nog niet. De mensen aan de weg zijn stilgevallen, hoewel stilte bij dit soort gelegenheden normaal gesproken niet toegestaan is: niet juichen op dit soort dagen en bij parades staat hier gelijk aan landverraad.

Dan, alsof Seamus’ bespiegelingen een commando waren, begint de menigte weer uitzinnig te schreeuwen en vanuit zijn linker ooghoek ziet hij een zwarte vlek. De limo. Het is, ziet Seamus tot zijn tevredenheid, de open wagen die altijd gebruikt wordt. Links, achter de chauffeur, staat de kleine gezette man die hij van de foto’s kent. Met die voor hem zo typische haardracht. Het kapsel dat hem wereldwijd tot mikpunt van zoveel spot maakt. Een bespottelijk uiterlijk waar menigeen zich op verkeken heeft. Want met deze Opperste Leider valt niet te spotten, dat blijkt vandaag. Hij staat daar als een standbeeld, neemt de toejuichingen van zijn volk als vanzelfsprekend in ontvangst. Hij zwaait niet, maar houdt zijn hand als in een militaire groet schuin voor het hoofd. Het mooiste is echter dat er een andere man naast hem staat. De president. Deze parade is georganiseerd omdat hun beider landen eindelijk een vredesakkoord gaan ondertekenen. Vele tientallen jaren hebben ze, alleen gescheiden door een wapenstilstandsovereenkomst, in feite steeds op voet van oorlog met elkaar gestaan. Maar na lange en vooral diep geheime onderhandelingen gaan beide heren straks hun handtekeningen zetten. En nu staan ze naast elkaar in deze open limousine. Seamus kan ze goed zien.

McBride legt de kolf van het wapen tegen zijn schouder, grijpt het stevig vast en concentreert zich. Het moet in één keer goed. Langzaam, heel langzaam komt de auto dichterbij totdat hij precies loodrecht voor het raam van kamer 9 rijdt. In het telescopisch vizier ziet Seamus het hoofd van de president en daarachter het hoofd van de Opperste Leider. In een flits denkt Seamus aan alle grappen die over de beide leiders zijn gemaakt. Het volkomen belachelijke kapsel van de oosterling en de al even bespottelijke huidskleur en tweets van de ‘Leider van de Vrije Wereld’. McBride ziet dat beide hoofden in de kijker langzaam tot één hoofd versmelten. Ze bewegen zich, vanuit Seamus’ positie, tot precies in het verlengde van de loop. Concentreren, concentreren, nog niet, nog niet, bijna...

Er klinkt niet meer dan een zachte ‘plop’ door de kamer als Seamus afdrukt. De geluidsdemper is van de beste kwaliteit. Uiteraard. Zijn eenheid heeft vanwege de vele geheime opdrachten recht op het beste van het beste. Op straat is het effect des te groter. In de auto lijkt het alsof de president de Grote Leider een zijdelingse kopstoot geeft. De ander beweegt zijn hoofd alsof hij hetzelfde bij de Amerikaan wil doen. Langzaam kleurt het lichte haar van de president donker, daarna rood. Over het gezicht van de Leider lopen twee, drie rode strepen. McBride heeft zijn missie volbracht. Op straat breekt blinde paniek uit. Mannen en vrouwen in traditionele kledij gillen en schreeuwen om de aanblik van hun getroffen Leider.

Seamus weet dat hij van de gelegenheid gebruik moet maken om weg te komen, dat heeft hij in River House honderden keren getraind. Hij demonteert het wapen en bergt het methodisch op in de koffer. Hij draagt handschoenen en heeft dat in deze kamer altijd gedaan dus vingerafdrukken zullen er niet zijn. Toch neemt hij een handdoek uit de badkamer en veegt alle oppervlakken die hij de afgelopen dagen zou kunnen hebben aangeraakt schoon. Dan zet hij het bed terug, kijkt nog één keer de kamer rond, neemt zijn koffer en verlaat de kamer. Via de keuken en de achteruitgang bereikt hij een steeg. Hij sprint weg van de hoofdweg waar nu de chaos compleet is. Volgens de maquette die hij uit het hoofd kent moet hij aan het eind van de steeg de eerste straat links en dan de derde rechts hebben. Daar, zo is hem verzekerd, zal een auto hem opwachten, bestuurd door een kameraad die hem het land uit zal helpen. Links, derde rechts... verdomme! De auto staat er niet! Seamus heeft genoeg ervaring binnen de SAS om te weten wat dit betekent: het extractieplan is mislukt, hij staat er alleen voor, zijn missie is een zelfmoordcommando geworden. In een fractie van een seconde neemt hij een besluit: hij zal zich in volle zicht verstoppen. Daarbij heeft hij zijn koffer niet meer nodig, die zet hij tegen de muur. In zijn binnenzak voelt hij zijn handwapen, dat neemt hij in zijn handen.

Hij draait zich om en loopt precies in de richting van alle tumult, dringt zich door de massa heen en rent op de limousine af, die zich veel te traag een weg probeert te banen door alle krioelende en hysterische mensen. Dan bereikt hij zijn doel: een groepje mannen van de geheime dienst die als beveiligers van de president zijn meegereisd.

‘Waar kwam dat schot vandaan?’ vraagt hij, om een band te krijgen.

‘En wie ben jij dan wel?’ wil één van de mannen weten.

‘Seamus McBride,’ antwoordt Seamus naar waarheid. Het heeft geen zin er nu om te gaan staan liegen, dan kan hij zich later ook niet vergissen.

‘CIA,’ voegt de Schot eraan toe. Dat is dan weer wel gelogen, maar voor de mannen van de geheime dienst normaliter een volkomen logische verklaring voor de aanwezigheid van vreemden op hun terrein: de CIA heeft overal in de wereld immers vrij spel.

‘Connors, Geheime Dienst,’ stelt de ander zich voor.

‘Hoe gaan we dit aanpakken?’

‘Nou, Seamus, we gaan met deze auto naar het vredespark, daar laten we hem staan om de beide lijken uit te laten laden. En dan gaan jij en ik in een helikopter en naar de Ambassade in het Zuiden. En dan bedoel ik jullie Ambassade, en niet de onze.’

‘Hoezo: “niet de onze”?’

‘McBride, ik weet wie je bent, waar je vandaan komt en wat je hebt gedaan. Mijn superieuren hebben me vanmorgen ingelicht. Je missie is, zoals je ziet, geslaagd. Bij ons zal de vice-president eenzelfde behandeling krijgen zodat de minister van Defensie beëdigd kan worden. En wat ze met de opvolging van die spleetoog doen moeten ze hier maar uitzoeken. Hoofdzaak is dat jij je missie hebt volbracht en uiteindelijk in Londen rapport gaat uitbrengen.’

‘Wie weten er nog meer van?’

‘Ik ben de enige. Daarom ben je voor nu inderdaad iemand van de CIA. Eén raad: blijf dicht bij me en probeer zo min mogelijk te praten. Dat accent gaat je de kop kosten.’

-o-o-o-o-o-o-o-

Sir David Whitbread staat met zijn rug naar de vergaderkamer en staart uit het raam. Hij ziet de Theems traag voorbij komen, zoals ze dat al sinds de Romeinse tijd doet. Dan ontwaakt hij uit zijn mijmering, draait zich om en kijkt de twee aanwezigen indringend aan. Eén ervan kent hij het is generaal Sheila Connors die met haar Amerikaanse neef dit plan heeft bedacht en prachtig heeft uitgevoerd. De ander ziet hij voor het eerst. Seamus McBride draagt het gala-uniform van zijn ‘thuis-eenheid’ de ‘Black Watch’, compleet met kilt.

‘Seamus’, begint Whitbread, ‘Je zult begrijpen dat ik in een onmogelijke positie ben. Ik zou je moeten feliciteren maar dat doe ik niet. Het was namelijk nooit de bedoeling dat wij elkaar zouden zien. Jij hebt zowel de Grote Leider van Noord-Korea als de president van de Verenigde Staten omgebracht. Overigens met een fenomenaal schot. Maar jij zou, en dat zal je niet verbazen, daar in Azië hebben moeten blijven. Dit was altijd al opgezet als een zelfmoordmissie. Dat je teruggekomen bent levert problemen op. Ik kan niet anders dan je overplaatsen naar een ver en onherbergzaam oord, bijvoorbeeld de Falklands en je bij aankomst daar ontslaan uit de dienst.’

Seamus kijkt naar rechts, naar de generaal. Die heeft hem dus gewoon belazerd! Hij heeft altijd begrepen dat er een, weliswaar heel kleine, kans was dat hij dit zou overleven. Dat blijkt nu een leugen, hij had niet mogen terugkomen.

‘Ik begrijp het, sir,’ zegt hij, ‘u moet vooral doen wat u goeddunkt. Dan doe ik dat ook.’

Daarmee grijpt hij in de sporran die hij aan zijn kilt draagt en haalt er een wapen uit. Zijn eigen dienstwapen. In zijn andere hand neemt hij zijn Smartphone en begint te filmen. Hij richt het wapen op zijn slaap, kijkt het hoofd van MI6 recht in de ogen en zegt: ‘Dit is wat mij nu goeddunkt. Deze telefoon is rechtstreeks verbonden met een journalist van The Sun. John, ze hebben me bedonderd, zoals ik je had voorspeld!’ Dan drukt hij af, voordat Sir David of generaal Connors iets kunnen doen. De Schot valt dood neer, geveld door een schot uit zijn eigen wapen.

© Cees Geluk, Jan. 2018