2. aug, 2015

DE EERSTE KEER

De verjaarsvisite vandaag bij mijn vader ging voorspoedig. Het was gezellig. Een oom, broer van mijn moeder, en zijn vrouw waren er. En wij, mijn vrouw, kinderen en ik. Er werd gezellig over koetjes en kalfjes gepraat, er werd gelachen er was gebak en drank. Niets aan de hand. Mijn broer was er niet, terwijl ik hem juist op deze dag wel verwacht had. Waar hij was? Ik heb er werkelijk geen idee van maar hij trekt wel vaker zijn eigen plan. Misschien dat hij een dezer dagen nog komt. Mijn vader had er ogenschijnlijk geen moeite mee en zolang dat zo is laat ik het maar zo. Hij heeft het al zwaar genoeg.

Voordat we bij mijn vader langsgingen moesten we een ander bezoek afleggen. Ondanks dat ik er tegenop zag voelde ik ook de morele plicht om het te doen. Gelukkig kon ik op vrouw en kinderen rekenen maar zelfs als zij verstek zouden hebben laten gaan had me dat niet kunnen tegenhouden. Ik zou mijn plicht gewoon alleen vervuld hebben.

Bij de ingang vroegen we ons af waar ze precies zou zijn, mijn moeder. Mijn oudste dochter vond een informatiezuil, een digitale index die ons, na het invoeren van mijn moeders naam, haarfijn informeerde over haar exacte verblijfplaats. Welgemoed en toch wel een beetje gespannen gingen we op weg en we vonden haar op de aangegeven plaats. Ze lag bij drie andere personen, twee heren en nog een dame. In stilte, mijn moeder kon immers niets terugzeggen, bespraken we hoe ze erbij lag. De omgeving, de rust, dat soort zaken. We hadden er toch wel gemengde gevoelens bij. Ze lag hier helemaal alleen, zonder enig eigen herkenningspunt. En toch, vonden we, was dat ook weer niet zó erg. Iedereen die wilde kon haar dankzij de informatiezuil bij de ingang vinden, net als wij.

Na nog wat heen en weer babbelen tussen mijn vrouw, mijn kinderen en mezelf besloten we dat het tijd was haar de bloemen te geven. We hadden gekozen voor rode rozen met lange stelen. Dat vonden we voor deze dag wel passend. En toen het tijd werd om afscheid te nemen deed ieder dat op zijn eigen manier. De kinderen en mijn vrouw in stilte en ik... ik vond dat ik iets speciaals moest doen, iets dat voor mij op dat moment betekenis had en nog steeds heeft. Ik bracht mijn handen voor de borst, handpalmen tegen elkaar. Ik liet mijn hoofd iets zakken en raakte met mijn voorhoofd bijna mijn vingertoppen aan. Met een lichte buiging en een gefluisterd “Namasté” nam ook ik afscheid van mijn moeder. ‘Namasté’, ik groet je mama, misschien kom ik later nog weer eens op bezoek... Onderweg naar de verjaarsvisite bij mijn vader stond ik mezelf toe te ontspannen en tevreden te zijn. Alles was goed verlopen, vandaag net als vijf maanden geleden.

Volgens het spreekwoord is er voor alles een eerste keer. Een eerste keer die uniek is, er is hiervoor nooit een eerste keer geweest en er zal hierna ook nooit meer een eerste keer zijn. Het klinkt cryptisch maar het is absoluut waar: vandaag was de vijfentachtigste verjaardag van mijn moeder, maar de eerste zonder haar. Ze overleed vijf maanden geleden. Hopelijk liggen de bloemen die we haar hebben gegeven nog in de kruisvorm waarin we ze op haar graf gelegd hebben.

Namasté, mama, vaarwel.

© Cees Geluk, augustus 2015