14. dec, 2014

FORENZEN

Nederland kent, de crisis ten spijt, nog steeds een grote beroepsbevolking: mensen die dagelijks, met meer of minder plezier, in loondienst of zelfstandig, aan het werk gaan. Velen van hen houden er een tweede en daarmee samenhangende 'hobby' op na, namelijk de dagelijkse verplaatsing van woon- naar werkplek, in de volksmond forenzen geheten. Voor de één is die verplaatsing een kort stukje met tram, metro of bus, maar voor anderen duurt dat wat langer, en worden de diensten van onze nationale trots, de NS, ingeroepen. Voor de laatste categorie kan het hierna volgende een 'feest van herkenning' zijn, of het griezelverhaal van een dagelijks terugkerende nachtmerrie.

Forenzen per trein heeft een slechte reputatie, en dat is ten onrechte. Wie namelijk zijn ogen en oren de kost geeft en bereid is even te bukken om de humor die spreekwoordelijk op straat ligt op te rapen, zal zien dat de dagelijkse treinreis ertoe kan bijdragen dat je breed glimlachend achter je bureau plaatsneemt of dat je 's middags de stress van een werkdag compleet vergeet.

Voor het gemak nemen we even aan dat het kansspel 'komt-ie-wel-of-komt-ie-niet' dat op ieder station wordt gespeeld een prijs heeft opgeleverd en dat de trein, al of niet op tijd, is gearriveerd. Als er dan ook nog voldoende zitplaatsen beschikbaar zijn: GEFELICITEERD! De reis kan beginnen.

Zolang je onderweg bent kun je in alle rust mensen observeren. Ik moet bekennen dat dit soort 'aapjes kijken' één van mijn hobby’s is sinds ik Bert Haanstra’s film 'bij de beesten af' heb gezien. En laten we eerlijk zijn: het blijft leuk om te zien wat mensen allemaal uithalen, en hoe ze dat doen. Zeker als je discreet bent en ze niet doorhebben dat ze bekeken worden.

Er zijn mensen die de treinreis gebruiken om de slaap die ze in de nacht tekort gekomen zijn in te halen. Er zijn er ook die van zichzelf weten dat ze van een heel regiment kanonnen nog niet wakker worden. Als die zichzelf toestaan weg te zakken eindigt hun reis op het rangeerterrein van het eindstation. Zij kunnen dus niet slapen maar hebben wel hetzelfde slaaptekort. Resultaat is dat ze gaan gapen. Die gapers kunnen worden ingedeeld in drie soorten: om mee te beginnen de 'plastisch chirurgen'. Zij wringen hun gezicht in de vreemdste bochten in een poging te verbergen dat ze aan het gapen zijn. Het leuke is dat ze daarmee hun doel compleet voorbijschieten: zo'n verwrongen hoofd is juist een uithangbord met de tekst: 'Ik gaap'. Vervolgens heb je de 'leeuwen'. Bij hun gaapgedrag gaat de mond weliswaar open, maar blijft de boel qua fatsoen nog binnen de perken. Tenslotte zijn er de 'nijlpaarden'. Zij generen zich totaal niet en gooien hun broodmolen zo wijd open dat je met een beetje goede wil een blik krijgt op de maaltijd van de vorige dag. Daarbij maken ze dan een geluid alsof het twaalf uur is op de eerste maandag van de maand en ze de luchtalarmsirenes naar de kroon willen steken...

De opmerkzame treinreiziger kan ook lotgenoten ontwaren die ofwel nog niets gegeten hebben ofwel permanent honger hebben. Zij nemen iedere gelegenheid, en dus ook een treinreis, te baat om van alles en nog wat naar binnen te werken. De variatie aan op het station verkrijgbare eet- en drinkwaren is bijna onuitputtelijk. Dat gaat van maaltijdrepen, fruit- en energiedrankjes, via ladingen chips en zoutjes van astronomische proporties tot salades in allerlei soorten en maten. Vooral over die salades en dan met name de 'biologische' soort, verbaas ik me iedere keer weer: hoe krijgt een weldenkend mens zo'n hele schaal gebladerte weg? En alsof dat nog niet erg genoeg is ziet degene die zo'n salade aan het verorberen is er uit als of hij met de runderen in de wei staat mee te grazen.

Mijn grootste inspiratiebron vormen echter de 'communicators', de mensen die te pas en te onpas gebruik maken van dat wonder der moderne techniek: de mobiele telefoon. Overal zie je die dingen. Soms zie je ze ook niet en dan lijkt het alsof iemand definitief afscheid heeft genomen van zijn verstandelijke vermogens en in een vurig gesprek met zichzelf gewikkeld is... totdat je dat kleine microfoontje ontdekt dat ergens voor de borst bengelt. Hoe dan ook: er wordt wat afgebabbeld in dit land en dan over het algemeen op een manier alsof men de afstand tot de ander, hoe groot die ook is, moet overschreeuwen. Daarbij neemt men gedachteloos voor lief dat iedereen de op die manier gevoerde gesprekken woordelijk kan volgen.

Dat volgen van gesprekken is soms niet te vermijden, zeker niet als de volumeknop eens flink wordt opengedraaid. De luisteraar moet er alleen wel een zekere gêne voor opzij zetten: je voelt je gluurder bij je ouders in de slaapkamer. Er zijn bijvoorbeeld gesprekken waarbij de spreker hartstochtelijk probeert zijn relatie te redden of juist af te breken. Of die waarbij een zakelijk geschil, bijna tot aan de rijdende rechter aan toe, wordt uitgevochten.

Andere gesprekken zijn dan weer veel leuker om te beluisteren, al moet je wel uitkijken met het te snel doen van aannames: je hoort immers maar één kant van het gesprek hoort. Als illustratie daarvan een voorbeeldje, afgelopen zomer in de trein van Den Haag naar Rotterdam opgetekend uit de mond van een dame die qua uiterlijk het midden hield tussen Paris Hilton en Ozzie Osborne (ze was duidelijk 'blond uit een potje' en had tato’s op heel veel, ook de meest onlogische plekken).

"Oh ja, meid, was het maar zo’n kleintje?"
Pauze.
"Maar hij kreeg hem er wel in, toch? Niet? Hoe was dat dan voor jou?"
Pauze.
"Ja, dat snap ik."
Pauze.
"En je hebt hem er nog bij moeten helpen ook?"
Pauze.
"Nee schat, dat vinden mannen nooit leuk, dan voelen ze zich minder man."
Pauze.
"Blijf je nou nog bij hem? Ik bedoel: zo'n kleintje, en hem er dan niet in kunnen krijgen, daar wil je toch niet dood mee gevonden worden, daar schaam je je toch voor?"
Pauze.
"Toch wel? Wat heb je dan afgesproken? Oh, gaat-ie er hulp voor zoeken?"
Pauze.

Voor degenen met een iets te levendige fantasie en wat de Engelsen een "dirty mind" noemen staat nu iedere zenuw in het gehoorsysteem op het punt overbelast te raken: je wilt niks meer missen. Hoe verkeerd het been is waarop je jezelf gezet hebt, blijkt als je verder luistert.

"Bij welke rijschool dan?"
De spreekster bleek met een vriendin in gesprek. Diens vriend had net zijn rijbewijs gehaald. Bij zijn eerste solorit bleek hij zijn piepkleine autootje slechts met veel moeite in de garage van zijn aanstaande schoonouders te kunnen parkeren. De vriendin had zich kapot geschaamd: wat zouden haar ouders en de buurt wel niet van hem vinden...?

Wie het na het lezen van dit verhaal nog steeds presteert op zijn werk te verschijnen met een gezicht alsof het de komende zeven weken aaneengesloten zal gaan onweren, is zelfs voor de meest succesvolle humoristen onder ons reddeloos verloren. Aan de anderen: prettige reis!

© Cees Geluk, december 2014